DE FORMULE 1 KOMT THUIS

16 mei 2019

“DE FORMULE 1 KOMT THUIS” 

Je zou er tranen van in je ogen krijgen. Na 35 jaren van verschroeiend verlangen en doorwaakte nachten is-ie weer thuis. Onze bloed-eigen Formule 1. Als een verloren zoon wordt hij door héél Zandvoort in de armen gesloten, vast van plan hem nooit meer los te laten. Want zeg nou zelf,wie Zandvoort zegt, zegt Formule 1. We zien alleen maar blije en gelukkige gezichten. Van Jantje Lammers, natuurlijk. En niet te vergeten Prins Bernhard junior. Gisteravond waren zij de koplopers van een uitzinnige schare Zandvoorters, die het hele circuit nodig hadden voor een uitgelaten polonaise. Sommigen van hen schoten uit de Tarzanbocht. Ach, een biertje of wat bij zo’n gelegenheid  is hen natuurlijk van harte gegund. Euforische toestanden in Formule 1 – minnend Nederland. “Heel de wereld kijkt naar Zandvoort” riep Ellen Verheij, wethouder in Zandvoort, in het Haarlems Dagblad van vanmorgen. Tjonge, zou het?

Tot zover het romantische verhaal. Want we kunnen ons de borst natmaken. Alle omliggende gemeenten klagen al jaren over de overlast die het circuit veroorzaakt. Ik ben even gaan tellen, en ik kom tot 28 racedagen van allerlei soort, verdeeld over de periode van pakweg half mei tot half september. Volgens Jan Lammers moeten we rekening houden met een weekend in de eerste helft van mei 2020. Geen hotelkamer in de verre omtrek meer te krijgen. De omliggende campings hebben laten weten deze periode  te blokken, totdat duidelijk is wanneer we de invasie mogen verwachten. Maar hoe dan ook, het raceseizoen wordt uitgebreid met een majestueuse ouverture. En – nog afgezien van de geluidsoverlast voor de omliggende dorpen – wat zijn de gevolgen voor het omliggende natuurgebied? Wat voor de verkeersinfrastructuur, waarover ik alleen maar losse flodders hoor delibereren in kringen van de enthousiastelingen? “Maar in feite is de boodschap aan het F1 publiek (maar ook aan de regio, HS): zoek het maar uit”, zegt Henk Runhaar in zijn analyse in het Haarlems Dagblad. Enfin, de wethouder kan er niet wakker van liggen, zo lees ik.

Het landschap is ons grootste kapitaal. Geen enkele andere regio heeft op zo korte afstand van elkaar zo’n diversiteit aan landschappen die een groot aantal waarden te bieden heeft. (…)De natuur heeft onze regio royaal bedeeld met de weidse stranden, robuuste duinlandschappen ,(…) open veenweide gebieden en dichte bossen. Onze voorouders hebben daar schoonheid aan toegevoegd. Zij creëerden een gevarieerd cultuurlandschap met kleinschalige akkers, karaktervolle dorpen, pitoreske hofjes, groene villawijken en imposante buitenplaatsen, waar statige lanen door open parklandschap en langs deftige theekoepels voeren.”  Aldus ronkt een discussiestuk voor de regioraad, samengesteld door de colleges van Zandvoort, Heemstede, Bloemendaal en Haarlem. Wat dit waard is lees je een paar pagina’s verder. “Ook willen we grote evenementen organiseren, zoals de Formule 1 in Zandvoort en (sic!) het Bevrijdingspop in Haarlem”. Maakt allemaal niets uit, papier is geduldig.

O ja, de wethouder verblijdt ons ook nog met de boodschap dat we niet bevreesd hoeven te zijn dat het evenement slechts duurt voor de tijd van de races zelf. Nee hoor, het wordt één groots evenement van wel een week lang! Kijk, van zoiets slaat mijn fantasie onmiddellijk op hol. Want wat zullen we voorgeschoteld krijgen? Exorbitante Bourgondische feesten over het hele circuitterrein, opgeluisterd door Tiësto en – smaken verschillen nu eenmaal – De Toppers? Drakenvliegen? Een zeeslag voor de kust met historische schepen? Een feestelijke opening, door een dolgelukkige burgemeester Niek Meijer, van de watertoren als luxe-bordeel?  (’t Is maar een suggestie, natuurlijk).

Een béétje regio zou de wens van de Zandvoorters anders hebben aangepakt. Ik noem zoiets streven naar een compromis. Als het aantal racedagen beduidend zou worden teruggebracht, en als het er dan tóch van moest komen, was er wat mij betreft over te praten geweest. En, vooruit, die evenementenweek mag dan ook wel van mij. Boek ik toch gewoon een weekje Drenthe? 

Henk Schell